| Hoog en droog De Romeinen leggen forten aan op stroomruggen van de Rijn, meestal aan een zijarm van de rivier waar mogelijkheden zijn voor een losplaats of zelfs een haven. Dat is belangrijk voor de aanvoer van goederen en om te dienen als uitvalsbasis voor de classis Germana, de Romeinse vloot. Tegelijk moet de ligging van het verdedigingswerk redelijk hoog zijn, veilig voor eventuele overstromingen. De castella liggen ook in Utrecht steeds bij de mondingen van vaarwegen die ze moeten bewaken. |  | | Tussen land en water. |
|
 | | Castellummuur in de Utrechtse Muziekschool. |
| Reparaties en renovaties De vroegste Utrechtse castella zijn opgetrokken uit hout en aarde. Overal zijn verschillende houtbouwfasen boven elkaar teruggevonden. Door de terugkerende overstromingen moeten de forten namelijk regelmatig worden opgehoogd en gerepareerd. Na de Bataafse opstand in 69-70 zijn de meeste Utrechtse legerkampen zelfs helemaal opnieuw opgebouwd. De jongste versie van elk castellum is grotendeels van steen, in elk geval de omringende verdedigingsmuur en de fundamenten van de gebouwen. | |
| Klein De Utrechtse castella zijn klein in vergelijking met de overige forten langs de Rijn, hooguit 80 bij 140 meter. Daar past nauwelijks een cohort soldaten in. Een uitzondering is het oudste castellum in Vechten, dat 2,6 hectare meet. Een belangrijke oorzaak voor de geringe omvang van de Utrechtse castella is de beperkte hoeveelheid bouwgrond in het Kromme Rijngebied. Stroomruggen, natuurlijke zandverhogingen opgeworpen door de rivier, bieden nu eenmaal niet veel ruimte en het omliggende drassige land is niet geschikt voor zware gebouwen. |  | | Een ondoordringbaar moerasbos. |
|
 | | De kaart van Peutinger |
| Namen De namen van de Utrechtse castella kennen we van de middeleeuwse kopie van een laat-Romeinse reiskaart, de Peutinger kaart. Deze vermeldt de namen Lauri (Laur(i)um, Woerden) en Levefanum (Rijswijk). Het castellum bij Vleuten-De Meern kan mogelijk worden geïdentificeerd als Fletione (Fletio) op de kaart. Deze naam is ook gekoppeld aan het castellum bij Bunnik-Vechten; het zou dan een verschrijving zijn van de naam Fectio, die op een altaarsteen uit diezelfde plaats is aangetroffen. Het castellum van Utrecht, Traiectum, ontbreekt op de kaart van Peutinger. Die naam is bekend uit andere bronnen. | |
| Standaard Halverwege de eerste eeuw krijgen de castella in het hele Romeinse rijk een standaardindeling. Een castellum bestaat uit een hoofdweg, de via principalis, met haaks daarop een dwarsweg, de via praetoria, die loopt van de hoofdpoort naar het hoofdkwartier, de principia. Hier bevindt zich naast administratieve ruimten ook het vaandelheiligdom, het sacellum, waar de veldtekens van de eenheid staan opgesteld en de kampkas wordt bewaard, evenals een beeld van de regerende keizer. Ook is er in het complex een echt heiligdom, een tempel met een altaar. |  | | Fragment van vloermozaiek. |
|
| Buiten de muren De overige gemeenschapsgebouwen in het kamp zijn het hospitaal, werkplaatsen, schuren en stallen. Rond het hele castellum is een muur opgetrokken, met daarachter één of twee v-vormige droge grachten. Buiten de muren bevindt zich het kampdorp, de vicus, waar ook vaak een badhuis is. De grafvelden liggen daar weer een stukje buiten. Waarschijnlijk vinden hier zowel Romeinen als inheemse bewoners hun laatste rustplaats. | |
| Niet zo comfortabel De manschappen verblijven in barakken van zon 7 bij 3 meter. Meestal liggen er tien van zulke kamertjes op een rij, aan weerszijden van een straat. Ieder contubernium een leefgemeenschap van zes tot acht soldaten - heeft een eigen haardplaats, waar kan worden gekookt. Een scheidingswand verdeelt het vertrek in een deel voor bagage en uitrusting (de arma) en een deel voor koken, eten en slapen (de papilio). Niet erg comfortabel dus, met zoveel soldaten in zon kleine ruimte. De centurion, leider van ongeveer 80 soldaten, heeft een woning aan het einde van de barakkenrij. De commandant heeft een riant onderkomen voorin het kamp. |  | | Romeinse voorraadpot. |
|
  | Literatuur: Hessing, W. A. M. e.a., Romeinen langs de snelweg. Bouwstenen voor Vechtens verleden, Abcoude/Amersfoort 1997. Montforts, M.J.G. Th., Romeins Utrecht, Utrecht 1995. Ozinga, Het Romeinse castellum te Utrecht, Utrecht, 1989 | |

Dit verhaal hoort bij thema:
|