| |
Thema:
Romeins Utrecht | | -50 500 Bewaar pagina VERHAAL De limes, de Romeinse rijksgrens: afstopping en doorvoerroute tegelijk  | | Aanleg van een weg door Romeinse soldaten. |
| Het Latijnse woord limes betekent oorspronkelijk pad tussen twee akkers of akkergrens. Maar het is ook een aanduiding voor een heerbaan in veroverd gebied, die militaire steunpunten met elkaar verbindt om troepen te kunnen verplaatsen. De Neder-Germaanse limes, die in de Romeinse tijd langs de Rijn liep, was beide: zowel grens als heerbaan. Uit recent onderzoek blijkt echter, dat het hier in de eerste plaats ging om een belangrijke doorvoerroute.
| |
| | Frontlinie De huidige provincie Utrecht ligt rond de jaartelling midden in de frontlinie van door Romeinen veroverd gebied; het is militair terrein. De waterloop van de Neder-, Kromme- en Oude Rijn, in die tijd nog belangrijke rivieren, vormen de natuurlijke grens van dit gebied. Deze Rijn biedt de Romeinen een uitstekende waterweg, waarover materialen en manschappen snel kunnen worden vervoerd. Samen met de weg erlangs, de via militaria, vormt de rivier voor de bezetters dé verkeersader vanaf de Zuid-Duitse Vinxtbach naar de Noordzee. |  | | Romeinse schepen. |
|
| De Rijn is de grens van ons imperium, tot aan de Oceaan. Daar wonen de Frisii, met nederzettingen rondom grote en ondiepe wateren. Wij zijn zelfs de Noordelijke Oceaan opgevaren, waar volgens geruchten de Zuilen van Hercules zijn. Drusus Germanicus had de moed van een ware ontdekker. Hij ging tot de uiterste grenzen van de bewoonde wereld. Maar na hem heeft niemand meer geprobeerd om de geheimen van Hercules te ontfutselen.'
Publius Cornelius Tacitus, vertaald door Ron van Dopperen, in: Provincie Utrecht. Literaire reis langs het water, Stichting Achterland Zeist, 2000, p. 21. | |
| Verkeersader Keizer Augustus en zijn opvolgers doen verschillende pogingen om vanaf deze Rijnlinie Germaanse stammen in het noorden te onderwerpen. Dit alles resulteert vanaf Augustus regeringstijd in de aanleg van een lint van legerplaatsen langs de Rijn. Binnen de provincie Utrecht is het vroegste en grootste legerkamp Fectio, bij Bunnik-Vechten; in vergelijking met het grote legioenskamp in Nijmegen - dat ongeveer uit dezelfde tijd dateert - overigens maar een bescheiden fort. Ook bij de voorbereidingen van de verovering van Brittannia (Engeland) - onder de keizers Caligula (37-41) en Claudius (41-54) - is de Rijn als doorvoerroute van belang. Het castellum Laurum (Woerden) dateert mogelijk nog uit de tijd van Caligula. | |
 | | Replica van een Romeinse mijlpaal op het Domplein te Utrecht. |
| Rijksgrens Onder keizer Claudius krijgt de Rijnlinie de status van rijksgrens. Deze scheidt de Romeinse provincie Germania Inferior (Neder-Germanië) van het vrije Germanië. De keizer legt zich erbij neer dat hij zijn rijk niet verder naar het noorden zal uitbreiden. In plaats daarvan laat hij de grens versterken, ter bescherming tegen aanvallen van Germaanse stammen. In Utrecht verrijzen in deze periode de legerkampen bij Utrecht (Traiectum) en Vleuten-De Meern. Na de Bataafse Opstand in 69-70 komen er zeker nog twee castella bij: Levefanum (Rijswijk) en vlak buiten de huidige provinciegrens Mannaricium (Maurik). | |
| Infrastructuur Het onderhouden van de Rijn als belangrijke doorvoerroute is voor de Romeinen geen sinecure: ze moeten een voortdurende strijd tegen het water leveren. Delen van de weg en de castella lijden onder de vele overstromingen van de zich steeds verleggende rivier, houten kadewerken brokkelen af en gebieden lopen onder water. Recente opgravingen tonen aan dat de infrastructuur van de Romeinse limes vanaf circa 90 in verschillende fasen ingrijpend is gerepareerd en versterkt. De weg langs de rivier is verhard en opgehoogd, beschoeiingen langs de rivieroever zijn vernieuwd, bruggen over onbegaanbaar terrein gebouwd, kortom: hier is serieus ingenieurswerk verricht. |  | | Tussen land en water. |
|
 | | Romeinse wachttorens. |
| Wachttorens Daarnaast bouwen de soldaten van het Romeinse leger extra controleposten langs de limes, van waaruit ze het verkeer op de Rijn in de gaten kunnen houden. Deze wachttorens vullen de ruimte tussen de legerkampen op. De torens liggen op zichtafstand tussen de castella, zodat de patrouillerende soldaten onderling signalen kunnen uitwisselen. Binnen de provincie Utrecht zijn recent resten van uitkijktorens gevonden, onder meer bij Vechten en Leidsche Rijn, maar mogelijk zijn bij Rhenen en Amerongen ook wachtposten geweest. | |
| Meer met minder Een volgende stap is het versterken van de houten forten. Eind tweede en begin derde eeuw beginnen grootscheepse verbouwingen in steen, zowel aan de castella als aan de tussenliggende wachtposten. Deze verbeteringen aan de infrastructuur en de communicatielijnen van de limes bewijzen dat het bedoeling van de Romeinen moet zijn geweest om de Rijngrens gaandeweg met minder manschappen te controleren dan voorheen. Een groot deel van de troepen wordt al aan de limes onttrokken vanwege de Dacische Oorlogen in het Donaugebied (101-106). Ondanks de inspanningen betekende dit uiteindelijk de nekslag voor de rijksgrens: in de vierde eeuw krijgen Germaanse invallers steeds meer vat op het noordelijke grensgebied. |  | | Detail van een Romeins muurfragment in Het Weeshuis. |
|
  | Literatuur Bechert, Tilmann en Willem J.H. Willems, De Romeinse rijksgrens tussen Moezel en Noordzeekust, Utrecht 1995. Graafstal, Erik P., Logistiek, communicatie en watermanagement. Over de uitrusting van de Romeinse rijksgrens in Nederland, Westerheem (2002), pp. 2-27 (eerder gepubliceerd als Limes en landschap, in: Oud-Utrecht 74 (2001), nr. 6, pp. 145-158). Vos, W.K., Edwin Blom, Albert Veenhof en Tom Hazenberg, De Romeinse limes tijdens Caligula: gedachten over de aanvang van het castellum Laurium en onderzoeksresultaten van de opgravingen uit 2002 aan het Kerkplein in Woerden, Westerheem (2002), pp. 50-62. | |

Dit verhaal hoort bij thema:
|
Bekijk de collectie
uit dit verhaal
| |
| |