-50
500
Bewaar pagina
COLLECTIE
De Bataafse goudschat

Alle gegevens
Bezoekadres
De brandlaag in de grond, waarin deze Romeinse gouden munten zijn aangetroffen, herinnert aan de zogeheten Bataafse opstand in 69-70. Tijdens deze rebellie rebelleren Bataven en andere stammen langs de limes tegen het Romeinse regime. De opstandelingen steken langs de hele noordgrens Romeinse legerkampen in brand, ook in de huidige provincie Utrecht.
Leuk om te weten: Haarverf
Aureus met beeltenis van keizer Augustus.
Aurei
De goudschat bestaat uit vijftig aurei (enkelv. aureus), gouden munten, met de afbeelding van verschillende Romeinse keizers tussen 27 voor Christus (Augustus) en 68 na Christus (Ner0, Vierkeizerjaar). Waarschijnlijk zijn de munten begraven - en niet meer opgehaald - door een aanvoerder in het Romeinse leger, onder druk van de dreigende aanvallen van de opstandelingen.
Tacitus

De reden voor de opstand is is bekend uit Historia, de geschiedenis van het Romeinse rijk van 69 tot 96, door de geschiedschrijver Tacitus (55-120?). Hoewel Tacitus’ objectiviteit door tegenwoordige historici wordt betwijfeld, kunnen we ons slechts op zijn verhaal baseren. Volgens Tacitus komt de Bataaf Julius Civilis in opstand tegen de Romeinen omdat hij persoonlijk verbitterd is door zijn gevangenschap in Rome en de moord op zijn broer, na hun opstand tegen keizer Nero. Dat hij zoveel stamgenoten meekrijgt, hangt samen met de toegenomen druk op deze bevolkingsgroep: het Romeinse leger rekruteert verhoudingsgewijs grote aantallen Bataafse jonge mannen uit de beperkte populatie. Ook weigeren de Bataafse leiders zich langer laten misbruiken als zetbaas in het Romeinse bestuurssysteem.

Civilis verzamelde in een van de heilige wouden, uitstekend geschikt voor een banket, de leiders van de natie en de intelligentste mannen van de lagere klasse. Toen hij hen warm zag worden van de nachtelijke feestelijkheden, begon hij te spreken over de gekendheid en glorie van hun ras en somde toen de misstanden op en de onderdrukkingen die ze te verduren hadden, en alle andere ellende van slavernij. ‘Er is’, zo zei hij, "geen verbond meer, zoals eerst; we worden behandeld als slaven (…). We zijn overgeleverd aan prefecten en centurions en als ze .. en ons bloed, dan veranderen ze weer en vinden nieuwe voor plundering en nieuwe voorwaarden voor . (…). Nooit was de macht van Rome lager (…). Men moet durven opkijken en stoppen met beven bij het horen van de lege legioensnamen. Want wij hebben een grote macht te paard en te voet; we hebben de Germanen als bondgenoten; we hebben de Galliërs met dezelfde problemen. Zelfs het Romeinse volk zal deze oorlog niet onwelgevallig zijn; als we worden verslagen, zullen we het beschouwen als een dienst aan Vespasianus en bij succes hoeft geen verantwoording te worden afgelegd." Nadat hij met grote instemming was aangehoord, legde hij de hele gebeurtenis vast met barbaarse rituelen en de nationale eed.'

Publius Cornelius Tacitus, Historiae, 4.15.

Inheemse hulptroepen

Diverse inheemse stammen sluiten zich bij de rebellerende Bataven aan, waaronder Cananefaten, Friezen en bevolkingsgroepen uit Gallië. Deze inheemse legermacht slaagt erin grote delen van de noordelijke Romeinse rijksgrens uit te wissen: alle verdedigingswerken langs de limes tussen Katwijk en Xanten gaan in vlammen op en Romeinse legereenheden worden verslagen. De troepenmacht van de Bataven kent dan ook de nodige ervaring. Civilis zelf heeft 25 jaar dienst gedaan in het Romeinse leger, waardoor hij op de hoogte is van de wijze van oorlogvoering. Ook kiezen Bataafse en Cananefaatse hulptroepen de kant van de opstandelingen.

Nieuwe keizers

Meer dan een jaar houden de opstandelingen stand. Behalve door de kracht van de troepenmacht komt dat ook door het gunstige tijdstip dat Civilus heeft uitgekozen: er heerst onrust in het hart van het Romeinse Rijk. In Rome is keizer Nero juist vermoord en er is een burgeroorlog uitgebroken. Twee legerleiders, Vetullius en Vespasianus, bestrijden elkaar om de keizerstroon. Om die reden heeft Vetullius de helft van de legioenen uit Germania teruggeroepen. Het Romeinse leger is dus op het moment van de opstand ook in onze streken ernstig verzwakt. Als Vespasianus uiteindelijk tot nieuwe keizer wordt gekroond, in december 69, is het pleit snel beslecht; een Romeinse troepenmacht van acht legioenen maakt een einde aan de opstand. Tacitus’ verslag eindigt met de onderhandelingen tussen Civilis en de Romeinse generaal Cerialis. Het lot van de Batavenleider is niet overgeleverd.

Denarius met beeltenis van keizer Vespasianus (voorzijde).
Leuk om te weten: Haarverf 

Na zijn eerste militaire actie tegen de Romeinen zwoor Julius Civilis dat hij – naar Bataafs gebruik – zijn haar zou laten groeien en het rood verven, net zolang tot de Romeinse overheersing omver was geworpen. Barbaarse stammen legden tegenover de Romeinen vaak extra nadruk op hun eigen tradities, zowel in uiterlijk als in rituelen. De rode haarverf was ook bekend bij de Galliërs. Romeinse vrouwen waren enthousiast over deze ‘schuimzeep’ van talg en as, waarmee ze hun haren blondeerden of rood maakten. Het werd ook een populair importproduct in Italië.