1800
1900
Bewaar pagina
COLLECTIE
Een katholiek landschap in Rijsenburg

Alle gegevens
Bezoekadres
Vanaf de Reformatie was de katholieke eredienst in de provincie Utrecht officieel verboden (1581). Met de komst van het Vlaamse echtpaar Van Oosthuijse naar de buitenplaats Sparrendaal in Driebergen begon een tijdperk van katholieke emancipatie in die omgeving. Deze penning herinnert aan het begin van dit tijdperk: de inwijding van de nieuwe katholieke kerk van Rijsenburg.
Interessant: Begraafplaatsen
Schuilkerken
Als devoot katholiek trok Petrus van Oosthuijse zich het lot van zijn geloofsgenoten aan. De katholieken in Driebergen en Rijsenburg waren gedwongen om de schuilkerken in de omgeving te bezoeken. In juli 1809 hield de tijdelijke pastoor van Rijsenburg, Banes van Bunnik, een toespraak in de 'noodkerk', die Van Oosthuijse had opengesteld in een van de bijgebouwen van Sparrendaal. De pastoor richtte zich tot de initiatiefnemer, die
Petrus J. van Oosthuijse.
...zijn landvolk op kerkdagdienst bij hopen
door slijk en zandig moer staag uren ver zag loopen..."
Eigentijdse dichter over Petrus van Oosthuijse, in: W. Harzing, Driebergen en Rijsenburg: hoe zij ontstonden en groeiden, Driebergen-Rijsenburg 1973, p. 19.
De noodkerk op Sparrendaal moest de kerkgangers opvangen totdat hun nieuwe onderkomen in Rijsenburg gereed was. Dat was het geval in 1810, toen de kerk Sint Petrus' Banden werd ingewijd.
Het Wapen van Rijsenburg.
Parochie
Met de bouw van deze kerk, een halfrond plein met bijbehorende huizen én een herberg annex rechthuis, stichtte Van Oosthuijse een complete rooms-katholieke parochie. Voor het onderhoud van de pastoor legde hij 20.000 gulden vast in een fonds. De geestelijke bewoonde de pastorie aan het Kerkplein nummer 4. Hier bevond zich ook een kleine school. Recht tegenover de kerk ontwierp de architect, Adrianus Tollus, herberg Het Wapen van Rijsenburg met twee zijvleugels. Deze bijgebouwen zijn inmiddels afgebroken, maar het logement zelf is er nog. Kerk en herberg zijn dwars op een bestaand pad gebouwd: de Rijsenburgsesteeg. Boeren uit de omgeving, die het pad veel gebruikten, protesteerde tevergeefs tegen de katholieke nieuwbouw.
De kerk

Tollus ontwierp alle gebouwen in de neoclassicistische empirestijl. De éénschepige kerk heeft een tongewelf, met aan de wanden Dorische zuilen. Rozetten, palmetten en vergulde randjes accentueren de voornaamste lijnen in het interieur. De brede voorgevel heeft een classicistisch portaal met zuilen en een timpaan. De kerk had oorspronkelijk bakstenen muren. Heel symbolisch waren hiervoor oude stenen gebruikt van een 'Roomsch-Katholijke Kapelle aan het Hofkasteel', die Van Oosthuijse had 'doen opgraven en reinigen, om tot Fundament zijner kerk en zestien gebouwen te dienen, en dus die moppen ontegenzeggelijk getuigen dragen van die hooge oudheid, waarin de Eerste Christen Kerken gebouwd zijn...'

Het kerkje in Driebergen-Rijsenburg op een oude foto.
Het liturgisch centrum in de kerk Sint Petrus Banden.
Sint-Pieter

De eerste kerk was kleiner dan de huidige: er volgden uitbreidingen in 1879 en 1952 vanwege het toenemende kerkpubliek. Een restant van het oude altaar, een albasten reliëf met de Geseling van Christus, is nu ingemetseld in het nieuwe. Boven het vorige altaar hing een 17de-eeuws schilderij van de heilige Petrus 'in banden' (in de gevangenis), dat nog altijd in de kerk aanwezig is. Van Oosthuijse schonk ook de kerkinventaris, waaronder een zonnemonstrans, een kelk en kandelaars van zilver en een missaal met zilverbeslag van drukkerij Plantijn in Antwerpen. Tijdens de openingspreek vergeleek een enthousiaste pastoor Van Beekom de schenker met de eerste christelijke keizer, Constantijn, en de kerk zelf met de Sint-Pieter in Rome.

Seminarie

In 1854 verkocht de toenmalige eigenaar van Sparrendaal, Van Oosthuijses kleinzoon Thomas van Rijckevorsel, het landgoed aan het bisdom Utrecht. Hij was in contact gekomen met de eerste aartsbisschop, monseigneur Johannes Zwijsen, die destijds de scholing van priesters verzorgde. De aartsbisschop wilde aanvankelijk een seminarie (priesteropleiding) in het huis Sparrendaal vestigen, maar in 1856-'57 kwam er toch nieuwbouw, iets verder op het landgoed: het grootseminarie Rijsenburg. De aartsbisschop zelf nam zijn intrek in het huis Sparrendaal. Op oude ansichtkaarten heet dit dan ook wel het 'Aartsbischoppelijk paleis'.

Het grootseminarie Rijsenburg.
Het Schaepman-monument.
Het Schaepman-monument
In 1870 werd de politicus Herman Schaepman professor aan het grootseminarie. Hij was een regelmatige gast bij de familie Van Vollenhoven, aan wie msg. Zwijsen het huis Sparrendaal had overgedaan. In 1908 werd op initiatief van de Verfraaiings Vereniging (later VVV) het Schaepman-monument opgericht.
Arca Pacis
De 'katholieke gastvrijheid' van Rijsenburg bleef voortduren. Een groep Benedictijner nonnen uit Bonn moest in 1875 uitwijken naar Nederland, vanwege de verscherpte wetgeving tegen katholieken in Duitsland. Ze schreven de parochie Sint Petrus' Banden aan en konden het landgoed Broekbergen huren, aan de Eemweg in Driebergen. Het nieuwe klooster doopten ze Arca Pacis, Ark van Vrede. Het herenhuis werd uitgebreid verbouwd en in de tuin legden de zusters een eigen begraafplaats aan. In 1883 kreeg het klooster een neo-gotische kapel met klokkentoren naar ontwerp van Alfred Tepe. In deze kapel stond een beeld van de heilige Walburg, die hier werd vereerd.
Het voormalige klooster Arca Pacis.
Buitenplaats Sparrendaal en omgeving.
Tegenwoordig
De 'zusters van Broekbergen', zoals de nonnen in de buurt bekend waren, onderhielden goede contacten met het grootseminarie. Het seminarie sloot haar deuren in 1968, waarna de gemeente gebouwen en terrein aankocht. Het geheel maakte in 1984 plaats voor een woonwijk. Van het park is een gebied van 30 hectare overgebleven, dat nu 'Seminarieterrein' heet. De Benedictinessen van Arca Pacis zochten in 1996 een ander onderkomen, wegens het teruglopend aantal intredende zusters. Het gebouw is nu een opvangcentrum voor mensen met een burn-out van de stichting Daidalos. Het adres, Kloosterlaantje 1, herinnert nog aan het verleden.
Interessant: Begraafplaatsen 
Grafbeeld in de kerk van Rijsenburg.

In de kapel bij de ingang van de kerk van Rijsenburg bevindt zich een grafmonument. Het is opgericht ter nagedachtenis aan het stichtersechtpaar Van Oosthuijse. Hun kleinkinderen gaven hiervoor in 1863 opdracht aan de Antwerpse beeldhouwer Jozef Ducaju (1823-1891). Petrus was gestorven in 1816, zijn vrouw Margaretha in 1848. De marmeren vrouwfiguur op de trappen van grijs marmer - waarop wapenschilden van de families Van Oosthuyse en De Jongh - houdt het wapen van Rijsenburg vast.

Achter de kerk, op een restant van het oorspronkelijke kerkhof, ligt de grafkelder van de familie Van Rijckevorsel. Hier zijn Van Oosthuijses enige dochter Henriëtte en haar man Jacobus van Rijckevorsel begraven, in een tombe van de Utrechtse beeldhouwer E.F. Georges. Het kerkhofje raakte in onbruik na de nieuwe Wet op de Lijkbezorging in 1869, die verordonneerde dat niet meer in of bij kerken begraven mocht worden. De nieuwe katholieke begraafplaats in Rijsenburg was ontworpen door de architect van het grootseminarie, Van den Brink.

Een van de 'memento mori'-vazen.



Lees de verhalen over dit object