Gedicht: Anna Roemers en P.C. Hooft
| In 1616 verhuist het gezin Roemers Visscher naar Alkmaar. Vanaf die tijd is Anna met haar jongere zus Maria Tesselschade (1594-1649) dikwijls te gast op het Muiderslot, het zomerverblijf van schrijver en dichter Pieter Cornelis Hooft (1581-1647). Als enige vrouwen behoren zij tot de Muiderkring, een groep vrienden van Hooft die bijeenkomt om over literatuur en muziek te discussiëren. Hooft bewondert het graveerwerk van Anna Roemers Visscher zozeer dat hij dicht: | |
| 'Soo t U, met diamant, lust op een glas te stippen, t Is in de vlinderteelt. Het geestighe gedroght Siet oft het laeffenis aen sap van druyven socht En sit soo kuin, men soud het van den roemer knippen.
Sonnet aen joffr. Anne Roemers Visscher uit 1921. | |
Bron: Liefkes, R., Glaswerk uit drie Utrechtse kastelen. Slot Zuylen, Kasteel Amerongen, Kasteel Sypesteyn, Oud-Zuilen 1989, p. 17