1700
1900
Bewaar pagina
COLLECTIE
Willem René van Tuyll van Serooskerken (1743-1839)

Alle gegevens
Bezoekadres

Baron Willem René van Tuyll van Serooskerken is erfgenaam van Slot Zuylen. Als zijn vader in 1776 overlijdt, wordt Willem René Heer van Zuylen. Ook neemt hij in dienst van de koning vele jaren plaats in de Eerste Kamer. Hij wijdt zich tot zijn 96ste aan zijn regententaak. In de traditie van zijn voorouders laat Willem zich ten voeten uit afbeelden, maar poseert wel in een eigentijds jasje.

Leuk om te weten: Jachtplakkaten
Engelse stijl

Dit schilderij van Willem René van Tuyll van Serooskerken doet Engels aan door de enigszins losse, nonchalante wijze waarop deze adellijke jongeman is afgebeeld. Zelfverzekerd en met een glimlach om de mond leunt de Heer van Zuylen tegen een boom. Onder zijn linkerarm heeft hij een groot jachtgeweer geklemd. Op de voorgrond ligt de geschoten buit en zijn jagershoed en op de achtergrond is Slot Zuylen zichtbaar.

Eetzaal met de vooroudergalerij.
Voorouders

Het formaat van dit schilderij past bij de vooroudergalerij in de eetkamer van het kasteel. In de traditie van zijn voorouders is dit levensgrote portret van Willem René uit 1780 daar een voorzetting van. Aangezien de vooroudergalerij vol hangt, komt het portret van Willem René in het voorhuis te hangen. Doordat dit schilderij apart van de anderen hangt, neemt Willem René de vrijheid af te wijken van het traditionele heerser-veldheer type van zijn voorouders. Hij laat zich niet in militair kostuum afbeelden maar kiest voor een speelsere, frivolere variant. Hij poseert in aristocratische jachtkledij.

De jacht

Rond Slot Zuylen zal waarschijnlijk heel wat hagel zijn verschoten, want in het familiearchief bevinden zich verschillende documenten waarin Willem René’s liefde voor de jacht uit naar voren komt. Zo bevat het archief prinselijke jachtvergunningen en een aanstelling tot de Raad van het Utrechtse jachtgerecht. Maar er zijn ook gedichten van zijn hand over het buiten zijn tijdens de jacht:

Premier jour printaniér qui tu nous fus fidèle
A ramenér vers nous la première h rondelle!
L'aimable Rossignol, & le Coucou bru ant
La tendre tourterelle, & le Ramier touchant
Qui le premier l'entend, au dedans de son ame
D'un tendre sentiment, il sent brulér la flamme.'

Vrij vertaald:
Jij, de eerste voorjaarsdag die ons ervan verzekerd
Dat wij mee terugnemen van de eerste rondgang
De geliefde nachtegaal, & de klokkende koekkoek
De zachte tortelduif, & de roerende houtduif
De eerste die het hoort, die voelt in zijn ziel
de vlam branden van een teder sentiment.'

Goes, van der A. en Meyere, de J. (red), ‘Op stand aan de wand. Vijf eeuwen familieportretten in Slot Zuylen’, Maarssen 1996, p. 99.

Adel
De jacht is in de 18de eeuw voornamelijk voorbehouden aan de adel - slechts rijke burgers kunnen ook het jachtrecht kopen of voor een aantal jaar pachten - en vormt een belangrijk onderdeel van de opvoeding. Belle van Zuylen, schrijfster en zus van Willem René, kan fel van leer trekken tegen deze verworven rechten van de adel. Zo schrijft zij aan haar moeder tijdens een logeerpartij over een gast:
Portret van Belle van Zuylen.
[…] een nobel edelman en niet minder ongelikt. De taal, de kleren en de manieren, alles was bespottelijk aan deze meneer. Ik vroeg mij af: wat is adel? En op grond van zijn gesprek antwoordde ik mijzelf: dat is het recht om te jagen.'

Bron: Braasem, W. A., Een rebelle aan de Vecht. Slot Zuylen en zijn bewoners, Den Haag 1984, p. 46.

Opvoeding
Naast de jacht leren de vaders hun zonen paardrijden, vissen en in de winter schaatsen, maar hoofdzakelijk wordt een man als Willem René opgevoed met het oog op zijn taak als toekomstig gezinshoofd en een loopbaan in een bestuur of leger. En als oudste zoon is hij natuurlijk ook verantwoordelijk voor het familiebezittingen en -kapitaal.
Leuk om te weten: Jachtplakkaten 
Elke Nederlandse provincie heeft in de 18de eeuw zijn eigen jachtregels. In Utrecht zijn deze in zogenaamde jachtplakkaten opgesteld, waarop een luitenant-opperhoutvester toezicht houdt. Daarin is bijvoorbeeld vastgesteld dat het jachtseizoen loopt van september tot januari. En ook dat je niet meer dan drie keer per week mag jagen en hoeveel je mag vangen. Bovendien zijn er regels welk jachtwapen je voor welke diersoort moet gebruiken. Zo mag een konijn niet worden geschoten maar met een strik gevangen worden. Voor de jacht op herten, reeën en wilde zwijnen was toestemming nodig van de hoge overheid. Er werd gejaagd met honden, fretten, haviken of valken en met geweren, pijl en boog, netten en klootbogen.