-50
500
Bewaar pagina
COLLECTIE
Twee Romeinse molenstenen en een 16de-eeuwse hanenbalk

Alle gegevens
Bezoekadres

De oudste archeologische vondst in Woerden dateert al uit 1590. Volgens stadsrekeningen ontvingen de vinders ieder acht stuivers beloning voor deze bijzondere en loodzware buit. Het ging namelijk om twee grote molenstenen uit de Romeinse tijd. De vindplaats was de Woerdense stadsgracht.

Recept: Panis militaris castrensis
Tijdvers

Zoals wel vaker gebeurde vanaf de 16de eeuw werd de gebeurtenis vastgelegd in een ‘tijdvers’, een chronogram. Dit vers was op een van de zolderbalken van het toenmalige gemeentehuis (nu stadsmuseum) aangebracht. Het chronogram werkt als volgt: sommige letters in het vers springen door hun grootte uit de tekst. Het zijn hoofdletters, die Romeinse cijfers voorstellen. Wanneer je die cijfers optelt, geeft het gedichtje een totaal van 1590, het jaartal waarin de molenstenen zijn gevonden.

Het vers zelf licht toe wat in dit jaartal gebeurde. Interessant is, dat dit niet is geschreven in het Latijn, zoals gebruikelijk was bij chronogrammen, maar in een volkstaal die we vrij makkelijk kunnen lezen:

B e I d " (dese steenen) ro(n)dt (I) 1
Deze beide ronde stenen

B II VV edd “ ste I n M en V o(n)dt (MVVVIII) 1023
Vond men bij Weddenstein

I nt hof L andt onbeda C hte (CLI) 151
Onverwacht in het veld

Op den dert I (enden) da C h (CI) 101
op de dertiende dag

Van IV n IV S tges C ha C h (CCVVII) 212
van juni gebeurde het

Int d I epen der stadsgra C hte (CII) 52
In de diepte van de stadsgracht

Romeinen en graan

In de Romeinse tijd bevindt zich te Woerden een castellum met de naam Laur(i)um. Voor het Romeinse leger is graan een belangrijke grondstof, die een belangrijk deel van het dagelijkse soldatenmenu vormt. Belastingen die onderworpen stammen aan de Romeinen afdragen, bestaan dan ook vaak uit graan. Ook hier in midden-Nederland verbouwt de inheemse bevolking graan. Bij opgravingen van inheemse nederzettingen zijn al dikwijls sporen gevonden van spiekers, voorraadschuurtjes op palen om graan in op te slaan.

Maquette van een inheemse boerderij.
Niet genoeg

De inheemse graanproductie is echter veel te bescheiden om de legertroepen langs de limes te voorzien. Bovendien verbouwen de boeren vrijwel alleen emmertarwe en gerst. Het broodtarwe zoals wij dat nu kennen en waar ook de Romeinen hun brood van bakken is wintertarwe, wat hier door de vochtige winters niet kan gedijen. Het leger importeert dan ook gedurende de hele Romeinse periode graan: eerst vooral uit Belgica en later uit Brittannia. Grote platte boten voeren graan aan over de Maas en de Rijn om de noordelijke legerkampen te voeden.

Wrijfschaal (mortarium).
Lastdier

De soldaten malen de graankorrels zelf tussen stenen van basaltlava. Dat kan op een kleine stenen handmolen of voor ruimere hoeveelheden in een grotere molen, zoals de molenstenen uit Woerden suggereren. Deze moeten met behulp van een lastdier zijn rondgedraaid. De richels dwars op het oppervlak, die de maalkracht vergroten, zijn vermoedelijk een Romeinse vinding.

Brood

Het bereiden van brood is een dagelijkse bezigheid in de Romeinse legerkampen. Dit ‘panis militaris’, soldatenbrood, is er in twee soorten: castrenis - voor in het kamp - en mundus, voor tijdens marstochten. De 'castrenis' is een gistloos platbrood van meel, water en zout. De 'mundus' is een droge, harde koek, die geweekt in water wordt gegeten. Het brood wordt gebakken in een takkenbosoven, vergelijkbaar met de hedendaagse pizza-oven. Ook wordt het deeg soms gekookt in een metalen pan met daarin een steen. Het deeg koekt daar omheen vast, waarna ‘kogelbrood’ ontstaat.

Recept: Panis militaris castrensis 
Het Romeinse soldatenbrood is niet moeilijk te bereiden, mits je over een houtoven of stookplaats beschikt.


Benodigdheden:

1 kilo grofgemalen spelt

ca. 1/2 liter water

zout

De vuurplaats met bakstenen voorzien van een vlakke bodem. Hierop een flink hout- of houtskoolvuur ontsteken, totdat de stenen heet zijn. Uit de benodigdheden een dikvloeibare brij kneden en hiervan platte koeken vormen. De gloeiende asresten van de bakstenen verwijderen, de platbroden op de hete stenen leggen en met een platte stenen deksel afdekken. Hierop de hete as leggen.

Bron: Marcus Junkelmann, Panis Militaris, Mainz 1997.