 | Een bekend Romeins keukenonderdeel is de wrijfschaal of mortarium, die het midden houdt tussen een vijzel en een rasp. Op verschillende plaatsen langs de Romeinse limes zijn exemplaren opgegraven, zoals deze in het castellum Laur(i)um, in Woerden. | Recept: |
| Keukenmachine Om ook in onze streken de keuken van thuis te kunnen handhaven, introduceert het leger deze antieke keukenmachine, het mortarium. Met zon wrijfschaal bereiden Romeinse soldaten gekruide sauzen en puree- of deegachtige waren. De Romeinen zijn gewend om hun gerechten op smaak te brengen met kruiden als dille, karwijzaad, koriander, peterselie, selderij en venkel. Om het fijnwrijven te vergemakkelijken, is de bodem van de wrijfschaal verruwd met stukjes kiezel. Na het vermalen van de vaste ingrediënten kan olie worden toegevoegd, waarna het mengsel via de schenktuit wordt uitgegoten over het gerecht. |  | | Bronzen steelpan. |
|
| Spelt Wrijfschalen als deze dienen in de Romeinse tijd ook om de inheemse tarwesoort spelt fijn te wrijven. Na verwijdering van het kaf - een lastig werkje bij spelt, omdat het erg moeilijk loslaat - kan het koren weken in water, waarna het overtollige water via de tuit wordt afgegoten. Daarna kan er puls, pap van worden gekookt. De soldatenpuls bestond slechts uit spelt en water. In zijn kookboek Re Rustica geeft de Romeinse schrijver Cato de Oudere de volgende - deftige - variant, een soort (mier)zoete risotto: | |
| Punische puls wordt zo gemaakt: Week een pond alica [grutten, geslepen spelt] tot ze goed zacht is. Doe dit in een andere bak en voeg drie pond verse kaas toe, een half pond honing en een ei. Kneed dit tot een geheel. Giet het in een nieuwe schaal.' Porcius Cato, M., Re Rustica LXXXVI, in: Patrick Faas, Rond de tafel der Romeinen, Maarten Muntinga, Amsterdam, 2000, p. 229. | |
| Binnenschip De Woerdens wrijfschaal is door archeologen aangetroffen in de resten van een Romeins binnenschip. De opgravingen vonden eind jaren zeventig plaats op de plek van het voormalige Sint Jozefspensionaat in de stad. De scheepsbemanning kookte onderweg zijn eigen potje, zo bleek ook uit de aanwezigheid van ander kookgerei in een keukenkastje vlakbij de mast. |  | | Mastvoet van een schip. |
|
Recept:
| Apicius geeft in zijn De re coquinaria een recept voor kruidenmayonaise bij gebraden duif. Zon exquise gerecht zal in het Romeinse leger hooguit wel eens bij een kampcommandant op tafel hebben gestaan, of bij het bezoek van een keizer zijn geserveerd. Het is echter een goed voorbeeld van een kruidensaus die in een wrijfschaal kan worden gemaakt. IN PALUMBIS COLUMBIS. IN ASSIS: PIPER, LIGUSTICUM, CORIANDRUM, CAREUM, CEPAM SICCAM, MENTAM, OVI VITELLUM, CARYOTAM, MEL, ACETUM, LIQUAMEN, OLEUM ET VINUM. Voor tortelduif of houtduif. Gebraden: peper, lavas, koriander, karwij, gedroogde ui, munt, eigeel, dadel, honing, azijn, garum, olijfolie en wijn. M. Gavinus Apicius, De re cocqinaria 223 Benodigdheden:
2 eetlepels sterke azijn 2 eidooiers 1 theel. honing olijfolie 1 theel. lavaszaad 1 theel. karwijzaad 1 theel. gedroogde ui 100 gr. verse munt 50 gr. verse koriander 1 dadel 4 ansjovisjes (uit blik) 1 theel. peperkorrels 50 cl. sterke witte wijn Sla de eigelen, de zijn en de honing los met een garde. Druppel er ondertussen langzaam de olijfolie bij tot een mayonaise ontstaat. Maal in de vijzel achtereenvolgens lavaszaad en karwijzaad tot poeder. Zeef desnoods. Maal bij dit poeder gedroogde ui en verse munt en de koriander. Voeg dan de dadel, de ansjovis en de peperkorrels toe. Maal tot een pasta en verdun met witte wijn. Sla dit mengsel door de mayonaise en dien op met het gebraden gevolgelte. | |
Bron: Patrick Faas, Rond de tafel der Romeinen, Maarten Muntinga, Amsterdam 2000, p. 402.  |